TelAls Commando: verschil tussen versies

Uit GeoGebra Manual
Ga naar: navigatie, zoeken
 
 
(Een tussenliggende versie door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
<noinclude>{{Manual Page|version=4.0}}</noinclude>{{command|logical|TelAls}}
+
<noinclude>{{Manual Page|version=5.0}}</noinclude>{{command|logical|TelAls}}
;TelAls[ <Voorwaarde>, <Lijst> ]
+
;TelAls( <Voorwaarde>, <Lijst> )
 
: {{Example|1=<br/>
 
: {{Example|1=<br/>
:* <code>TelAls[x < 3, {1, 2, 3, 4, 5}]</code> geeft het getal ''2''.
+
:* <code>TelAls(x < 3, {1, 2, 3, 4, 5})</code> geeft het getal ''2''.
:* <code>TelAls[x < 3, A1:A10]</code>, waarbij ''A1:A10'' een reeks cellen is in het rekenblad, telt die cellen waarvan de waarde kleiner is dan ''3''.}}
+
:* <code>TelAls(x < 3, A1:A10)</code>, waarbij ''A1:A10'' een reeks cellen is in het rekenblad, telt die cellen waarvan de waarde kleiner is dan ''3''.}}
 
:{{note|1=Voor lijsten met getallen kan elke willekeurige voorwaarde gebruikt worden. Voor lijsten met andere objecten kunnen enkel voorwaarden van de vorm <code>x==constant</code> of <code>x!=constant</code>.}}
 
:{{note|1=Voor lijsten met getallen kan elke willekeurige voorwaarde gebruikt worden. Voor lijsten met andere objecten kunnen enkel voorwaarden van de vorm <code>x==constant</code> of <code>x!=constant</code>.}}
;TelAls[ <Voorwaarde>, <Variabele>, <Lijst> ]
+
;TelAls( <Voorwaarde>, <Variabele>, <Lijst> )
 
: Het commando is gelijkaardig aan het eerste commando, maar laat meer ruimte in zijn formulering.  
 
: Het commando is gelijkaardig aan het eerste commando, maar laat meer ruimte in zijn formulering.  
:{{example|1=<div>''P'', ''Q'', ''R'' zijn punten. <code>TelAls[x(A) < 3, A, {P, Q, R}]</code> zal enkel die punten tellen waarvan de x-coördinaat kleiner is dan ''3''. De variabele ''A'' wordt voor de controle vervangen door ''P'', dan door ''Q'' en tenslotte door ''R'' . Daarom geeft <code><nowiki>TelAls[x(A) < 3, A, {(0, 1), (4, 2), (2, 2)}]</nowiki></code> het getal ''2''.</div>}}
+
:{{example|1=<div>''P'', ''Q'', ''R'' zijn punten. <code>TelAls(x(A) < 3, A, {P, Q, R})</code> zal enkel die punten tellen waarvan de x-coördinaat kleiner is dan ''3''. De variabele ''A'' wordt voor de controle vervangen door ''P'', dan door ''Q'' en tenslotte door ''R'' . Daarom geeft <code><nowiki>TelAls(x(A) < 3, A, {(0, 1), (4, 2), (2, 2)})</nowiki></code> het getal ''2''.</div>}}

Huidige versie van 2 aug 2019 om 07:35

Sjabloon:Manual Page

TelAls( <Voorwaarde>, <Lijst> )
Voorbeeld:
  • TelAls(x < 3, {1, 2, 3, 4, 5}) geeft het getal 2.
  • TelAls(x < 3, A1:A10), waarbij A1:A10 een reeks cellen is in het rekenblad, telt die cellen waarvan de waarde kleiner is dan 3.
Nota: Voor lijsten met getallen kan elke willekeurige voorwaarde gebruikt worden. Voor lijsten met andere objecten kunnen enkel voorwaarden van de vorm x==constant of x!=constant.
TelAls( <Voorwaarde>, <Variabele>, <Lijst> )
Het commando is gelijkaardig aan het eerste commando, maar laat meer ruimte in zijn formulering.
Voorbeeld:
P, Q, R zijn punten. TelAls(x(A) < 3, A, {P, Q, R}) zal enkel die punten tellen waarvan de x-coördinaat kleiner is dan 3. De variabele A wordt voor de controle vervangen door P, dan door Q en tenslotte door R . Daarom geeft TelAls(x(A) < 3, A, {(0, 1), (4, 2), (2, 2)}) het getal 2.
© 2021 International GeoGebra Institute